Wonen

Convenant studentenhuisvesting biedt nog geen houvast

Gisteren besprak de raad het convenant voor studentenhuisvesting. Toch is D66-raadslid Tom Rustebiel er nog niet gerust op. ‘Elk jaar signaleren we het komende kamertekort vroegtijdig, maar de problemen namen alleen maar toe. Met de tenten van vorig jaar als treurig dieptepunt.’

Al in 2015 zette D66 samen met de SP de problemen rond huisvesting voor internationale studenten op de kaart. ‘Groningen is steeds populairder onder internationale studenten. Dat is een groot compliment voor onze stad, maar de studenten kwamen de afgelopen jaren in toenemende mate in de problemen. Vorig jaar gingen de beelden van de tentenkampen de wereld over. Een dieptepunt voor de fantastische studentenstad die Groningen is en moet blijven.’

Tom nam zelf, net als ruim 100 andere Stadjers, ook een student in huis. ‘Ik leerde daar veel van. Ik keek er bijvoorbeeld van op hoe weinig contact instellingen met hun studenten houden na de inschrijving. Het afgeven van goede prognoses voor de studentenaantallen is nu één van de afspraken van het convenant, maar dan moet er nog veel gebeuren. Studenten waren vorig jaar overvallen door de kamertekorten in Groningen.’

Voor onderwijsinstellingen zijn de prognoses lastig, omdat studenten zich voor meerdere studies inschrijven. Daardoor is het pas eind augustus duidelijk hoeveel mensen er echt naar Groningen zijn gekomen. ‘Werk aan de winkel voor instellingen, dus. We vroegen het college om snel de prognoses op te halen bij de instellingen en deze ook regelmatig bij te werken. Als gemeente moeten we weten hoeveel studenten er komen. We willen geen kamertekorten, maar ook niet bouwen voor leegstand.’

D66 wil dat de stad een warm welkom blijft bieden aan internationale studenten. Tom: ‘Ze brengen dynamiek, ondernemerschap, zetten onze stad op de kaart en jagen het vestigingsklimaat aan. De gemeente is goed op weg met de bouw van nieuwe kamers, maar onderwijsinstellingen moeten ook hun maatschappelijke verantwoordelijkheid pakken als het gaat om goede communicatie over huisvesting.’